Kyrie (Megen)

 

Kinderkopjes vertragen voetstap en hartslag. Aan het eind van elke straat wenkt het groen van de dijk.

Een jonge minderbroeder loopt door de Schoolstraat, op weg van clarissenklooster naar kapel. Aan zijn ene kant schoolpleinstemmen, aan zijn andere kant, pal achter de muur, de stilte van graven zo klein als een wieg.

 

In de kapel ligt broeder Everardus, gebeeldhouwd van zijn gegroefd zachtmoedig gelaat tot de zolen van zijn sandalen, de handen gevouwen op zijn borst. De mensen fluisteren 't Heilig Bruurke in zijn eeuwige slaap hun hartzeer toe. In de brede mouwen van zijn pij steken ze papiertjes. Zorgvuldig opgevouwen, drie keer, vier keer, zoals bij lootjes trekken voor surprises. Hier is het briefgeheim heilig.

 

Wie weet: een moeder stopt een briefje met de bede voor haar zoon, die zo zwijgzaam aan het worden is, in de mouw en wandelt naar de dijk. Terwijl ze uitkijkt over het water, gaat een jongen de kapel binnen en bidt voor zijn moeder. Hij ziet wel hoe zij steeds vaker, in het voorbijgaan, met haar vingertoppen langs de muur van het kerkhof strijkt. Hij vlijt het dichtgevouwen papiertje in de mouw tegen dat andere briefje aan, en gaat naar huis.

Deze tekst maakt deel uit van het project 'Zuiderwaterlinie, elf vestingsteden, elf verhalen'. Het werd geschreven in opdracht van Kunstloc (voorheen BKKC) en gepubliceerd in de uitgave 'Kunst & Samenleving, Duurzame samenwerkingen, community art en landkunst in Brabant', juni 2018

© 2018 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com