Paul Dirks - GUM

Als er iets over het hoofd is gezien in de kunstgeschiedenis, dan is het wel de gum. Met een boek en een expositie waar maar liefst 23 tekenaars aan meedoen, haalt de Helmondse kunstenaar Paul Dirks de gum uit de schaduw. 'Een gum geeft de kans om opnieuw te beginnen.'

Voorzichtig maakt Paul Dirks (65), thuis aan de eettafel in zijn woning in Helmond, het kartonnen doosje open. Roze gummetjes zitten er in, doormidden gebroken, doorboord met potloodpunten. 'Hier is het mee begonnen,' zegt hij, en vertelt hoe hij zo'n drie jaar geleden dit doosje kreeg toegestopt van Riek Kerkers ('haar naam moet je echt noemen hoor!'), de 80-jarige conciërge op het Varendonck College in Someren, waar hij docent tekenen is. Examengummen zijn het, uit de jaren '80, samen met potloden uitgedeeld voor het beantwoorden van multiple choice vragen. 'Het eerste wat ik in die gummen zag was pure stress. Maar ik zag er ook iets moois in: een gum geeft de kans om je fouten uit te wissen en een andere keuze te maken.'

 

Dirks, beeldend kunstenaar en verzamelaar van potloden, dook in de geschiedenis van de gum. Hij kwam het verhaal tegen over Robert Rauschenberg, die als jonge kunstenaar in 1953 met knikkende knietjes aanbelde bij de grootmeester van de abstracte kunst, Willem de Kooning. Hij vroeg om een potloodtekening, kreeg hem, gumde hem uit en noemde hem: 'Erased De Kooning'. Gummen als artistieke vadermoord, het scheppen van ruimte voor nieuwe kunststromingen: bij Rauschenberg begon de Pop Art.

 

Die nieuwe kans, dat is wat Dirks zo mooi vindt aan de gum. 'In het onderwijs krijgen leerlingen vooral te horen wat ze níet kunnen. Maar ik probeer altijd te kijken naar wat je wél kan. Ik vind het juist zo mooi dat je fouten mag maken, op school maar ook in het leven, en steeds opnieuw kan beginnen.' Maar het is ook gewoon prachtig spul, die gum. In 1770 per toeval uitgevonden door de Brits-Amerikaanse chemicus Joseph Priestley (ontdekker van de zuurstof), die gedachteloos met stukjes opgedroogde rubber over zijn potloodaantekeningen wreef. Dirks loopt even naar boven om een topstuk uit zijn verzameling te halen: een kartonnen plaat met daarop 40 gummen, elk met een plaatje van een gebouw erop. Gemaakt in 1940, Dirks vond het via eBay. 'De afbeeldingen op de gummen zijn van Duitse steden. Twee jaar later zijn de meeste van deze gebouwen weggevaagd door bombardementen van de geallieerden,' vertelt hij. 'En inmiddels zijn de gebouwen ofwel herbouwd, of er zijn hele nieuwe stadsdelen verrezen. Ook in de geschiedenis wordt er weggegumd, maar mensen vinden altijd weer de kracht om door te gaan.'

 

Weer springt Dirks op, want van bedrukte gummen heeft hij er nog meer. Een grote witte, met in koeienletters DOM DOM SUPERGOM erop. 'Uit de jaren '50. Die kregen kinderen op school, voor straf. Het werd er op die manier nog eens flink ingewreven als je fouten gemaakt had.'

De verzameling werd zo groot en de verhalen bleken zo mooi, dat Dirks besloot er een boek over te maken. Het GUM-boek is een standaardwerk geworden, prachtig vormgegeven door dochter Lotte Dirks, vol verrassende verhalen over een bedrieglijk alledaags ding. Alle hoogtepunten staan erin, ook de versteende gum met de kop van Kaiser Wilhelm II, een echt collector's item, en de elektrische gummachine die gebruikt werd in architectenbureaus. Dirks ziet het voor zich: 'Dan stond de jongste bediende urenlang met dat ding de lijnen weg te halen die de heren architecten toch anders wilden.'

 

Gaandeweg kwamen er ideeën bij. Dirks vroeg schrijvers en dichters om over de gum te schrijven. Ingmar Heytze, Wim Daniëls, Tania Heimans – George Moormann schreef maar liefst vijftien gedichten over de gum. De tekenaars kwamen pas daarná in beeld. Via de tekenmanifestatie Drawing Front ontdekte Dirks een groep kunstenaars die de tekening koesteren. Ook die tekenaars kreeg hij met zijn aanstekelijk enthousiasme over de streep. In het boek staan prachtige tekeningen van 23 kunstenaars, van de fijne tekeningen van het menselijk lichaam van Caren van Herwaarden, tot de indrukwekkende bomen van Jet Nijkamp. Hans de Wit en Robbie Cornelissen deden mee, uit de topklasse van de Nederlandse tekenkunst. Allemaal schreven ze ook een tekst over de rol van de gum in hun werk. Een ontdekking was Karin Rianne Westendorp. Dirks wiebelt op zijn stoel van enthousiasme: 'Zij maakt eerst het papier helemaal zwart, en maakt dan lijntjes met een elektrische gum met een heel fijne punt. Tekenen met gum: fantastisch.' Heel blij is Dirks ook met de bijdrage van twee van zijn oud-docenten van de kunstacademie. Arie Berkulin maakte een lief sokkeltje van hout en plexiglas voor een gum die al 30 jaar in zijn atelier rondslingert. Theo Kuijpers plakte een gum op een schildersdoekje en noemde het 'Platgeslagen gum'.

 

Het idee voor een expositie kwam nóg weer later, toen Dirks terloops tegen Julienne Tullemans, die de exposities van de Cacaofabriek programmeert, opmerkte dat hij een mooie ruimte voor de boekpresentatie zocht. Tullemans pakte het groter aan: alle 23 kunstenaars die in het GUM-boek staan exposeren straks hun werk in de Cacaofabriek. En dat niet alleen: Reinbert de Leeuw speelt Satie, er komt een speciale rondleiding voor mensen met beginnende dementie, zelfs het filmprogramma staat in het teken van vergeten en vergeven en het scheppen van nieuwe kansen. Dirks pakt het doosje met examengummetjes er nog eens bij. 'Het is begonnen met iets kleins, en het is iets heel groots geworden.'

 

Gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad, donderdag 23 maart 2018

© 2018 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com