Search
  • Anneke van Wolfswinkel

De bomen van David Hockney

Updated: May 23, 2018

Nog even over dat vertraagde kijken naar bossen en bomen. Een andere kunstenaar die onvermoeibaar kijkt, naar bomen, planten en landschappen, is David Hockney. Van hem heb ik het woord ‘kijkhonger’ geleerd, een rake omschrijving van een onverzadigbare behoefte aan KIJKEN, die hem nog altijd – hij is inmiddels 80 jaar, drijft.


In het Noordbrabants Museum zag ik in 2015 de serie Three trees near Thixendale (2007-2008). Elk werk bestaat uit acht doeken, en is in totaal 1.82 m x 4.90 meter groot. Een titanenwerk. Bedrieglijk eenvoudig schildert hij gewoon wat hij ziet: een glooiend landschap, een akker op de voorgrond, een weg links in beeld, en die drie monumentale bomen. Ieder seizoen keert hij terug naar die plek, en laat zien hoe het landschap, en vooral die bomen, veranderen. De verbeelding door een schilder is wezenlijk anders dan die door een filmende kunstenaar: het beeld ontstaat via het kijken met de ogen, en de bewegingen van de kwast in de hand. Iedere kleur moet gekozen en gemengd, iedere lijn moet getrokken worden. Met de ontwikkeling van digitale technieken wordt overigens de grens tussen het registreren door een camera en het schilderen met de hand steeds vager - zie David Claerbout en Eelco Brand.


In het boek van Martin Gayford, A bigger Message, Conversations with David Hockney, vergelijkt Hockney het verschil tussen een boom in de zomer en een boom in de winter met het verschil tussen een olieverfschilderij en een tekening. Sinds ik dat gelezen heb kan ik de aanblik van kale bomen in de winter waarderen als een visueel spektakel: het grafische ervan, het spel van lijnen. Hier de drie bomen bij Thixendale: zomer, herfst, winter en lente.




Voor The New Yorker van 23 april 2018 maakte Hockney een opvallend omslag. Ook met bomen, maar van een totaal ander karakter dan de reuzen van Thixendale: onmogelijk lang en iel reiken ze, tot aan de horizon, tot aan de hemel. Het schilderij ligt gedeeltelijk over de letters heen, en de schaduw van het shaped canvas valt nadrukkelijk op de witte achtergrond. Zo benadrukt hij, vind ik, het feit dat het schilderij een ding is, net als hij door die driehoekige insnedes aan de boven- en onderkant benadrukt dat het perspectief een schilderkunstige constructie is. Hij doorbreekt en versterkt de illusie tegelijkertijd.
















Het beeld op de cover is een gedeelte van een veel groter werk, dat uit drie delen bestaat: Tall Dutch Trees After Hobbema (Useful Knowledge) (2017).


Hockney brengt in dit werk een ode aan het beroemde schilderij van ‘onze’ Meindert Hobbema uit 1689: Het laantje bij Middelharnis, in de collectie van de National Gallery in Londen. Hockney zag het werk daar al toen hij 18 was. ‘I’ve always loved it’, zegt hij in een interview met The New Yorker.


102 views

© 2020 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com