Search
  • Anneke van Wolfswinkel

Een vergelijking als een mankepoot

Updated: May 24, 2018


Er is veel te zeggen, en ook al veel gezegd, over de debuutroman van Marieke Lucas Rijneveld: De avond is ongemak. Ik wil het hier over één ding hebben, en dat is de manier waarop Rijneveld vergelijkingen gebruikt.


Een voorbeeld: ‘Twee rieken liggen met hun tanden in elkaar op het erf, als twee biddende handen.’ (p. 205) Het verhaal speelt zich af op een boerderij, het gezin waarin de hoofdpersoon opgroeit is orthodox gereformeerd – de vergelijking sluit daar naadloos bij aan. Ander voorbeeld: ‘Wat ons raakt zal ervoor zorgen dat we uiteindelijk uiteenvallen als een stuk brokkelkaas.’ (p. 206) En wat dacht je van deze: ‘(…) want zo lang we verlangens hebben zijn we veilig voor de dood, die als de verstikkende geur na een dagje gieren om de schouders van de boerderij hangt.’ (p.81)


In alle drie de voorbeelden, gekozen uit de misschien wel honderden vergelijkingen die deze roman rijk is, gebruikt Rijneveld het woordje ‘als’. Het één (rieken, wat ons raakt, de dood) is als iets anders (biddende handen, brokkelkaas, de verstikkende geur na een dagje gieren). Daarnaast gebruikt Rijneveld ook indirecte vergelijkingen, zoals die lucht die ‘om de schouders van de boerderij hangt’. Als een jas, kan je er bij denken.


‘Iedere vergelijking gaat mank’, zei de dominee vaak wanneer hij bij catechisatie een ingewikkeld leerstuk eenvoudig probeerde uit te leggen. (Een vergelijking als een mankepoot, dat is trouwens een prachtexemplaar.) Maar mank of niet, ik ben dol op goede vergelijkingen. De beschreven werkelijkheid wordt verrijkt en verruimd door er een ander beeld, ter vergelijking, naast te zetten. Een goede vergelijking geeft een klein schokje, van verrassing en plezier. (‘A face as broad and as innocent as a cabbage’, van Flannery O’Connor is er zo één.) Rijneveld is al eerder gedebuteerd als dichter (met de bundel Kalfsvlies), en dat vergelijken is ook één van de bijzondere werkingen van poëzie.


Maar in De avond is ongemak gebeurt iets geks. Zeker, die vergelijkingen brengen extra lagen aan, verrijken het verhaal met een stroom aan beelden. Maar doordat Rijneveld al die vergelijkingen pijnlijk consequent ontleent aan het leven op de boerderij, wordt juist het benauwde van de leefwereld van Jas steeds indringender voelbaar. Die vermaledijde boerderij is alles wat ze kent, dus ze heeft niets anders om haar ervaringen mee te vergelijken. Almaar koeien, brokkelkaas en gierlucht, meer is er niet.


Willem Popelier, fotograaf, experimenteert in zijn nieuwe project PARIS ERROR ook met vergelijkingen. Op de avond van 13 november 2015 aten hij en zijn vrouw in het café La Belle Équipe in Parijs. Ze gingen eerder weg dan ze van plan waren, en toen ze net waren aangekomen in hun hotel, aan de overkant van de straat, hoorden ze knallen. In La Belle Équipe kwamen die avond 21 mensen om het leven door de terroristische aanslag, op andere plaatsen in Parijs nog eens 109.


Popelier cirkelt in zijn werk om deze traumatische gebeurtenis heen. Met tekst, en met beeld. Hij beschrijft wat hij meemaakte, in korte, zoekende zinnen. Hij lijst een kopie in van zijn bonnetje van La Belle Équipe, naast korrelige zwartwitbeelden van bewakingscamera’s waarop de schutters te zien zijn. Dat zijn de feiten, koel geregistreerd.


Willem Popelier, PARIS ERROR, installatie bij Pennings Eindhoven, 2018

Maar als hij probeert te naderen hoe het klonk, hoe het voelde, moet hij zijn toevlucht nemen tot vergelijkingen.

Hij citeert een andere ooggetuige: ‘We heard gunfire, 30 seconds of fire, it was interminable, we thought it was fireworks.’ Geweerschoten als vuurwerk. Popelier plaatst er een foto naast van een uiteenspattende vuurpijl tegen een zwarte achtergrond.

En dan de stilte ná het schieten. ‘Ik heb nog nooit zoveel stilte gehoord in een metropool als Parijs,’ schrijft Popelier. Hoe verbeeld je die stilte? Een blauwe lucht, gewichtloze wolken, stil zwevende gekleurde ballonnen.

Willem Popelier, PARIS ERROR

De beelden van vuurwerk en ballonnen zijn feestelijk. Ze zijn een poging de afgrond van angst en dood, waar Popelier midden in was, te verbeelden, maar verbeelden tegelijk het tegenovergestelde: feest, plezier, onschuld.


Ook bij Rijneveld cirkelt het verhaal rond een afgrond: de vroege dood van haar verongelukte broertje. Het gezin wordt langzaam in het gat van zijn afwezigheid naar beneden gezogen. ‘Er zijn geen woorden voor’, zeggen we wel eens als er iets gebeurt waar, nou ja, geen woorden voor zijn. We kunnen het niet omschrijven, we kunnen alleen proberen te zeggen dat iets was als iets anders.


PARIS ERROR van Willem Popelier is te zien bij Galerie Pennings in Eindhoven, t/m 26 mei 2018.


11 views

© 2020 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com