Search
  • Anneke van Wolfswinkel

Moeder worden en schrijver blijven

Updated: Jun 13, 2018

Het kind op het schilderij Mother 7 van Helen Verhoeven heeft drie armen. De moeder heeft een gezicht waarvan de verschillende onderdelen onzeker lijken over de juiste plek en verhouding; de ogen zijn gevangen in schaduwen, wimpers als stralen van een ondergaande zon strijken over de wangen. De moeder is afgesneden van de buitenwereld; het raam waar ze voor lijkt te staan en dat uitzicht biedt op een landschap, is bij nadere beschouwing een schilderij aan een muur. Een schuin, grijs vlak aan de bovenrand van het schilderij benadrukt de krappe ruimte, ogenschijnlijk zonder diepte, waarin ze staat.


Helen Verhoeven, Mother 7, 2013, Olieverf op doek, 142,2 x 106 cm, Rabo Kunstcollectie

De traditie van het afbeelden van moeder-en-kind is lang en rijk, en het overgrote deel van deze afbeeldingen zijn geen verbeeldingen van de dagelijkse realiteit van een moeder en een baby, maar verbeelden een heilig, bovenmenselijk ideaal. Helen Verhoeven staat, gewild of ongewild, in die traditie, maar dit beeld is door en door aards.


Onlangs las ik A life’s work van Rachel Cusk. Het boek staat bovenaan het lijstje dat Marjolijn van Heemstra een paar jaar geleden opnam in een column in Trouw, en die ze omschreef als 'een korte maar sterke lijst, vier boeken van ambitieuze vrouwen in de spagaat tussen baby- en buitenwereld.’

Cusk beschrijft op bijzonder eerlijke manier hoe het is, hoe het was, voor haar, om moeder te worden. De beschrijving van hoe haar lichaam, haar gezicht vooral, uit elkaar lijkt te vallen door fysieke vermoeidheid echoot het beeld dat Verhoeven neerzet.


In the early months of my daughter’s life I felt my own tiredness as a physical shock. The spring of activity, given no chance by night to uncoil, felt as if it were being wound tighter and tighter in my chest, derailing all my natural tensions and corralling them into one, great, explosive point of fatigue. In the morning I would sit up in bed, the room listing drunkenly about me, and would put a hand to my face, checking for some evindence of disfigurement: an eyebrow, perhaps, slipped down to my cheek, a deranged ear cluttering my forehead, a seam at the back of my skull gaping open. The day was sometimes a sticky mire to be laboriously crossed, the air unbreathable glue; and sometimes a frantic, untethered cloud speeding across the sky, upon which I could never gain a foothold. Once or twice the baby slept for a stretch of five or six hours, and I would wake feeling as if I had been punched. I began to speak with a curious lisp, and would put a hand to my mouth several times a day to check that my tongue was not lolling out of it.

Rachel Cusk, A life’s work, on becoming a mother, 2001


Het schilderij van Verhoeven deed me ook onmiddellijk denken aan de foto’s die Rineke Dijkstra in 1994 maakte van vrouwen, kort na de bevalling van hun kind. Naakt, op een kraamverband-met-broekje na, het haar nog ongekamd, in een enkel geval zelfs met het bloed nog sijpelend langs de binnenkant van een been. Julie fotografeerde ze een uur na de bevalling, Tecla na één dag, en Sakia na een week. Niet alleen de houding en de naaktheid, maar ook de blik in de ogen van de moeders, krachtig en lichtelijk verwilderd tegelijk, lijken op die van de moeder die Verhoeven schilderde.


Rineke Dijkstra, Julie, Den Haag, Netherlands, February 29 1994

Rineke Dijkstra, Tecla, Amsterdam, Netherlands, May 16, 1994

Rineke Dijkstra, Saskia, Harderwijk, Netherlands, March 16, 1994

Moeder worden en schrijver blijven, of kunstenaar, levert een conflict op waarvoor geen bevredigende oplossing lijkt te bestaan. Rachel Cusk en Jenny Offill geven een literaire vorm aan de strijd die zij voeren om toch op de één of andere manier de twee uitersten te verenigen.


Een andere schrijfster, de Amerikaanse Sheila Heti, staat op haar 36ste voor de beslissing: moeder worden, of niet? In ‘Motherhood’ neemt ze uitgebreid de tijd om deze kwestie van alle kanten te onderzoeken. Ik las een bespreking in The New Yorker, waarin dit citaat uit het boek staat:


“Whether I want kids is a secret I keep from myself—it is the greatest secret I keep from myself. On the one hand, the joy of children. On the other hand, the misery of them. On the one hand, the freedom of not having children. On the other hand, the loss of never having had them—but what is there to lose? The love, the child, and all those motherly feelings that the mothers speak about in such an enticing way, as though a child is something to have, not something to do. The doing is what seems hard. The having seems marvellous.”

Sheila Heti, Motherhood, 2018


‘The doing’ en ‘the having’, die twee kanten, dat is goed gezegd. Dat Heti uiteindelijk besluit geen kinderen te krijgen, is overigens al vanaf het begin wel duidelijk.


Jenny Offill, ook een Amerikaanse schrijfster, kreeg wél een kind. Haar boek Dept of Speculation staat ook op het lijstje van Van Heemstra. Offill worstelt met de ambitie die ze altijd gekoesterd heeft om een ‘art monster’ te zijn. Jaren lang hing er een post it boven haar bureau: ‘WORK NOT LOVE! Was what it said. It seemed a sturdier kind of happiness.’ Maar nu de liefde gearriveerd is in de vorm van haar dochter, moet het werk, waarvoor alleen-zijn een voorwaarde is, en het liefst nog vaak en langdurig, zwaar bevochten worden. Op een wrange, ironische, maar ook ontroerende manier brengt ze die dubbelheid van het moederschap onder woorden: het hebben van kinderen dat zo veel geluk geeft, en het doen, het gedoe, dat je er onherroepelijk bij krijgt, en dat je soms liever over zou slaan.


I would give it up for her, everything, the hours alone, the radiant book, the postage stamp in my likeness, but only if she would consent to lie quietly with me until she is eighteen. If she would lie quietly with me, if I could bury my face in her hair, yes, then yes (…).

Jenny Offill, Dept of Speculation, 2014


Een schilderij dat het geluk van het ‘having’ prachtig verbeeldt, zónder sentimenteel te zijn, is van Paula Modersohn-Becker. ‘If I could bury my face in her hair, yes, then yes…’


Paula Modersohn-Becker, Liegende Mutter mit Kind II, 1906, Olieverf op doek, 82.5 × 124.7 cm, Louisiana Museum of Art

Exposities:

‘Mother 7’ van Helen Verhoeven is te zien in de expositie Neue Heimat bij Willem Twee in Den Bosch, t/m 8 juli 2018

De reeks van Rineke Dijkstra is te zien in haar solo-expositie in Museum De Pont in Tilburg, t/m 22 juli 2018

In Rijksmuseum Twenthe in Enschede loopt de expositie ‘Paula Modersohn-Becker, tussen Worpswede en Parijs’ nog t/m 12 augustus 2018

NB ik heb de expositie in Enschede niet gezien, maar afgaand op de besprekingen in de media is het schilderij Liegende Mutter mit Kind II daar niet te zien.

65 views

© 2020 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com