Martin en Inge Riebeek - The Essential

 

 

“Toen we de camera weer hadden ingepakt en we op het punt stonden weg te gaan, zei de priester: ‘Kom, ik heb nog wat voor jullie.’ Gekleed in een paarse toga ging hij ons voor naar de sacristie, waar een grote vrieskist stond. Hij moest zo diep vooroverbukken dat zijn voeten in sandalen even loskwamen van de grond. Toen hij weer tevoorschijn kwam had hij twee blikjes Coca-Cola in zijn handen. ‘It’s a gift,’ zei hij, en gaf ze aan ons.” De ontmoeting met de katholieke priester Afonso Henrique Salgado Chrispim in zijn kerk in een arme wijk van Rio de Janeiro is Martin Riebeek bijgebleven. “In het videoportret dat we net hadden opgenomen vertelt hij heel mooi dat hij het leven als een geschenk ziet. Dat hij vervolgens iets weggaf aan ons, wat voor hem een luxeproduct is, dat raakte mij wel.”

Het verhaal van deze Braziliaanse priester is er één tussen de inmiddels ruim 600 videoportretten die Martin en Inge Riebeek gemaakt hebben en waarin mensen in drie, vier minuten onder woorden brengen wat essentieel voor hen is. Een vrouw in Napels die als kind zag hoe haar moeder omkwam door kogels van de maffia en die zich nu in de politiek inzet om dat geweld te bestrijden. Een vrouw die koffie verkoopt op straat, en hoopt dat ze ooit genoeg geld zal hebben om naar een goede tandarts te gaan, zodat ze naar haar klanten kan glimlachen en dan misschien een goede man vindt. Een bankier in Londen die vertelt hoe de ratrace van de financiële wereld waarin hij en zijn vrouw werken, ook hun privéleven dreigt binnen te dringen. Of een man in Nairobi, die met zachte stem spreekt over zijn oudste zoon, zijn oogappel, die ziek werd toen hij 25 jaar oud was, en stierf. In veel van die verhalen lijkt een complete speelfilm schuil te gaan, maar het blijft altijd bij een paar minuten: het moment van de eerste ontmoeting.

“Die eerste ontmoeting, dat is voor ons de kern,” zegt Inge. “Je loopt op straat en komt iemand tegen. Hij kijkt je aan en vertelt je zijn verhaal. Dat is de ervaring die we in die portretten willen overbrengen aan de kijker. Die eerste ontmoeting is een heel bijzonder moment en kan je nooit overdoen. We zijn geïnspireerd door de filosofie van Emmanuel Levinas, die zegt dat je in het gelaat van de ander iets van het goddelijke kan herkennen.”

 

Die ontmoetingen moeten soms bevochten worden op omstandigheden die weerbarstig zijn, of ronduit vijandig. Martin vertelt: “In Glasgow stond ik met iemand te praten, op straat, toen er plotseling vlak naast ons een kogel insloeg in het plaveisel. En daarna nog één, en nog één. We werden beschoten vanuit de flat aan de overkant, die vol zat met vluchtelingen en drugsdealers. Ik wilde het portret nog graag afmaken, en dacht aan mijn kinderen die toen nog jong waren, en toen zijn we toch maar even naar binnen gegaan.” Inge vertelt over een hachelijke situatie waar zij in terecht kwam. “In een slum van Buenos Aires was ik een portret aan het maken van een vrouw, en op weg daar naartoe had ik al wel mensen gezien die zo zwaar bedwelmd waren dat ze half tegen de muur aanhingen. We zaten in een slechte buurt. De plek waar ik het gesprek had was eigenlijk heel rustig, maar op een gegeven moment kwam iemand ons waarschuwen: we waren gezien door drugsdealers, die het op ons en onze camera’s gemunt hadden en bezig waren ons in te sluiten. Toen zijn we hard gaan rennen.” Maar dit soort incidenten weerhoudt ze er niet van om buiten de gebaande paden te blijven reizen, vaak naar de rafelranden van grote steden, in Europa en daarbuiten.

 

Grof geweld is uitzonderlijk, gelukkig. De grootste obstakels bij het maken van de videoportretten zijn subtieler, en tegelijk hardnekkiger. Martin: “Je wordt weggestuurd zodra je je camera neerzet, door politie, beveiligers en gebouwbeheerders.” Om het idee van de spontane ontmoeting vorm te geven, filmen ze de portretten altijd buiten, in de openbare ruimte. Dat levert vaak gedoe op. Allebei hebben ze het meegemaakt, dat ze urenlang op een politiebureau moeten wachten, zonder duidelijke reden, en opgelucht zijn dat hun camera’s niet in beslag genomen worden. Maar het meest frustrerende is wanneer portretten in het water vallen door beveiligers die op hun strepen gaan staan. Inge: “In Nederland was er een vrouw in een asielzoekerscentrum die na veel aarzeling haar verhaal wilde vertellen. Alles was afgekaart met het AZC en het COA, we mochten haar buiten voor het gebouw filmen. Maar dan komt de conciërge naar buiten, die zegt ‘ik weet van niks', en voordat je hem hebt kunnen overtuigen, trekt die vrouw zich terug, doodsbang dat ze iets verkeerd gedaan heeft.” Martin en Inge zijn het er over eens: in de vijftien jaar dat ze hun video’s maken, is de openbare ruimte een stuk minder vrij geworden. Mensen zijn zelf ook moeilijker te benaderen dan tien, vijftien jaar geleden, merken ze, opgesloten als ze zijn in hun smartphone, hun achterdocht of hun haast. Wat hen opvalt: hoe meer status of rijkdom mensen hebben, hoe minder ze bereid zijn over zichzelf te vertellen. Martin: “Een vrouw die ik sprak in Rio had een mooi verhaal, hoe ze haar geld had verdiend met de import van sterkedrank naar Zuid-Amerika. Ze was er enorm rijk van geworden, ze bezat penthouses aan de Copa Cabana, in Rome en weet ik waar. Allemaal legaal, maar toch wilde ze uiteindelijk, uit een soort schaamte, niet gefilmd worden. Terwijl een jongen in Madrid wél wil vertellen hoe hij een Playstation gestolen heeft voor zijn broertje, omdat hij geen geld had om er een te kopen. Mensen die niks te verliezen hebben, zijn veel opener over zichzelf.”

Hoe gaat zoiets dan, een diepgaande ontmoeting met een complete vreemde? Hoe kom je van die eerste blik die je wisselt op straat tot een hoogst persoonlijk, intiem verhaal, zonder haperen verteld op video?

Inge: “Veel hangt af van de eerste minuut van de ontmoeting. Je spreekt iemand aan op straat, meestal in een woonwijk, en je toont interesse in diegene. Je legt uit dat je met een kunstproject bezig bent, en vraagt iemand naar zijn verhaal, naar wat essentieel is voor hem of haar. Als je geluk hebt is die ander net in een stemming dat hij openstaat voor jouw belangstelling. Dat hij de tijd wil nemen om stil te staan bij zijn eigen verhaal en om dat onder woorden te brengen, misschien wel voor het eerst. In die eerste minuten is het aftasten: krijg ik een verbinding met deze persoon? Zit hier een verhaal achter?”

Het gesprek met mensen die na die eerste cruciale minuten besluiten mee te doen, verloopt vaak met behulp van een tolk, en duurt meestal een paar uur. Het gesprek is een intensief proces, waarin de ander het verhaal vertelt, met alle uitweidingen en twijfels, zoekend naar woorden. Samen met Martin of Inge pellen ze het verhaal gaandeweg af, tot de essentie. Voor veel mensen die meedoen is dit een heel waardevolle ervaring. “We vragen niet alleen iets van hèn,” zegt Inge, ,,maar we geven ook iets terug: onze tijd en onze aandacht. En iedereen krijgt zijn of haar eigen videoportret toegestuurd.”

“Tolken zijn heel belangrijk,” vertelt Martin. “We werken altijd low budget, dus daar moet je ook geluk mee hebben. Als de tolken hun werk niet goed doen, vooral als ze niet genoeg empathie hebben, gaat het niet lukken.” En het gebeurt meer dan eens dat mensen uiteindelijk toch niet de stap durven of willen zetten om hun verhaal ook voor de camera te vertellen. Er komen familieleden omheen staan tijdens het filmen, of hun partner vindt het geen goed idee, ze zijn bang hun baan te verliezen, of ze hebben geen verblijfsvergunning en vrezen voor de overheid.

Gemiddeld maken Martin en Inge drie reizen per jaar. Iedere reis duurt zo’n 25 dagen, waarin ze ongeveer 50 portretten maken. Een reis betekent: lange dagen, slecht slapen, slecht eten, veel obstakels die overwonnen moeten worden, en heel veel intensieve gesprekken. Martin: “Soms, als ik drie dagen vergeefs door een stad heb gelopen, niemand kan vinden die mee wil doen, als mensen met wie ik afgesproken heb niet komen opdagen, of te stoned of dronken of bang zijn om nog mee te doen, vraag ik me wel eens vertwijfeld af waarom we het nog doen. Maar dan komt er toch ineens iemand de hoek omlopen die ik aanspreek, en met wie ik direct die klik heb. Iemand die licht brengt.”

Nadat ze samen het materiaal hebben teruggekeken, thuis in Breda, blijft van die 50 portretten minder dan de helft overeind – de rest wordt afgekeurd.

 

Ze gaan altijd alleen op pad, met cameraman Tobias Mathijsen, de ander blijft thuis. Ze hebben twee opgroeiende dochters thuis, dat is een van de redenen dat ze het op deze manier doen, en zo is het is ook financieel beter haalbaar. Inge: “Het grote voordeel van deze werkwijze is dat als één van ons thuiskomt met nieuwe portretten, de ander heel scherp kan beoordelen welke wel en niet geslaagd zijn. Als je alleen het portret op video ziet, zonder zelf de ontmoeting te hebben ervaren, kijk je anders.” In die selectie zijn ze streng, allebei. “Als één van ons kritisch is op een portret van de ander, kan dat heel gevoelig liggen.” Die kritiek kan gaan over een verhaal dat niet helemaal helder is of te traag op gang komt. Soms zit iemand nog te veel in de emotie en heeft daardoor te weinig overzicht. Een ander kan juist teveel afstand hebben genomen, waardoor hij het verhaal vertelt alsof het een ander is overkomen. Samen discussiëren ze, wikken en wegen ze, en soms komen ze daardoor op een aanvankelijke afkeuring terug. Ze zijn zo op elkaar ingespeeld, dat je als toeschouwer onmogelijk kan zeggen wie welk portret gemaakt heeft. “Onze liefdesband is heel sterk, anders hadden we dit nooit zo kunnen doen,” zeggen ze.

 

Die kritische blik, die minstens zoveel gaat over de inhoud als over de vorm, is de blik van de beeldend kunstenaar. Het concept en de vorm moeten streng bewaakt worden. Ze zien The Essential dan ook als een vorm van realistische portretkunst. Martin: “We willen de realiteit laten zien, zonder oordeel. We monteren de portretten niet, het is altijd één take. Maar we denken in de voorbereiding natuurlijk wel heel goed na over de compositie van het verhaal, en de keuze van de achtergrond. Een beetje zoals een schilder. En net als voor een portretschilder geldt: wat na veel inspanning goed gelukt is valt niet zo op, maar een klein foutje springt direct in het oog.”

Een ontmoeting gaat altijd over twee mensen. Al die mensen die Martin en Inge ontmoet hebben, van Berlijn tot Mumbai, en van Napels tot Nairobi, al die verhalen vol verlangen en gemis, hoe hebben die hen gevormd? Inge: “Ik heb het gevoel dat mensen grotere onzekerheid voelen over hun toekomst dan tien jaar geleden. Ze zijn minder aan het leven en meer aan het óverleven. Maar ik weet ook dat ik mijzelf meeneem in die ontmoetingen, en misschien ben ik zelf wel somberder geworden. Er zijn ook ontmoetingen waar ik juist hoop uit put. De veerkracht van mensen is enorm.” Martin: “Wat voor mij blijvend interessant is, is hoe mensen gevormd worden door hun omgeving, en hoe verschillend mensen reageren op wat hen overkomt. Van de één gaat zijn hond dood, waar hij jaren depressief van wordt, een ander verliest zijn huis en zijn familie en vindt toch de kracht om door te gaan. Ik vraag me vaak af hoe ik zelf op situaties zou reageren waar mensen over vertellen.” Inge: “Je leeft door middel van vergelijking. Daarom vind ik het heel bijzonder dat ik mijzelf kan herkennen in een vrouw in Afrika of in Azië, die bezorgd is over de toekomst van haar kind – dat is een universele menselijke ervaring. Net als het verlangen naar liefde. Mensen leven en lijden op heel veel verschillende manieren, maar die zorgen en verlangens zijn overal, uiteindelijk, hetzelfde. Eén geportretteerde, Thomas Nealeigh, vat het prachtig samen. Hij zegt: Life is pain, it’s all in how you deal with it.  Dat is in essentie waar al die portretten over gaan." Martin: “Kunst is een middel om troost te vinden. Dat is ook hoe wij hopen dat The Essential werkt. Je ontmoet iemand, die jou vertelt wat hij heeft meegemaakt en waar hij levenskracht uit put. Na zo’n ontmoeting kan je er weer tegen.”

Deze tekst is in Engelse vertaling opgenomen in het boek Martin & Inge Riebeek - The Essential. A decade of video portraits, verschenen bij The Eriskay Connection, 2020, ISBN : 978-94-92051-52-3

Meer informatie & bestellen: website The Eriskay Connection of via de boekhandel.

 

© 2020 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com