Met liefde getekendRo

In Stedelijk Museum Breda exposeert Robin Uleman de portretten die hij over een periode van vijf jaar maakte van hemzelf en zijn vriendin. Liefdevol, aandachtig en eerlijk tekende hij de intieme binnenwereld van twee mensen. ,,Door de ziekte die zij kreeg werd alles op scherp gesteld: onze liefde, en onze eenzaamheid.”

In de museumzaal zie je telkens dezelfde twee mensen, hem en haar. Elk afzonderlijk getekend of geschilderd met houtskool, potlood, pastelkrijt, aquarel of olieverf, zo gedetailleerd dat je de sproeten op de huid en de aderen eronder haarscherp kunt zien. Ze slapen of liggen in bad, hebben nat haar van de douche, ze ogen ontspannen, dromerig, verdrietig, vermoeid, ze zijn naakt en kwetsbaar. De aandacht waarmee getekend is verraadt een intensiteit van kijken en werken, van leven en voelen.

Robin Uleman tekende zichzelf en zijn vriendin, steeds opnieuw. ,,Als je halverwege de veertig bent, word je geconfronteerd met wie je geworden bent. Het speelkwartier is voorbij, je hebt meer contour gekregen. Dat is niet altijd makkelijk. Door te tekenen wilde ik ons leven samen onderzoeken, de intieme binnenwereld die je eigenlijk niet aan anderen laat zien. Ik wilde onderzoeken hoe liefde er uit ziet.’’ Tien jaar geleden begon hij met tekenen. Op vakantie, in Denemarken, onder een stralend blauwe hemel. ,,Ik tekende mijn voeten in het zand, mijn vriendin in een stoel, de bloemen in een veld. Soms lukte het aardig, af en toe was het echt raak. Ik vond het heerlijk om te doen, ik had het echt gemist. Ik werd verliefd op de intensiteit van het tekenen.”

Tekenen was altijd ondergeschikt aan het vak dat hij koos. Hij groeide op in Oosterhout, en wist al op zijn zestiende dat hij grafisch ontwerper wilde worden. Uleman: ,,Ik ging naar de Rietveld Academie in Amsterdam, en daar kwam ik voor het eerst in aanraking met kunst: Anselm Kiefer, Marlene Dumas, Gerhard Richter: ze maakten diepe indruk. Toen kwam de twijfel: wil ik niet ook kunstenaar worden? Ik wilde ambachtelijk leren tekenen en schilderen, maar dat werd niet onderwezen. Ik probeerde portretten te schilderen, en bestudeerde het werk van grote voorbeelden: de Amerikaanse 19e eeuwse kunstenaar Thomas Eakins, die geweldig mooie realistische portretten maakte. En 17e eeuwse meesters: Rembrandt natuurlijk, en Velázquez. De aanwezigheid die zij creëren in hun portretten vind ik ongelooflijk. De eeuwen die tussen hen en mij liggen verdwijnen als ik naar zo’n portret kijk.” Uiteindelijk koos hij toch voor het ontwerpen. Hij doet dat nog steeds, met veel plezier, en is er goed in: hij ontwierp onder meer postzegels voor PostNL, en maakte samen met fotograaf Henk Wildschut een aantal bekroonde fotoboeken. Maar het tekenen bleef. ,,Bij het ontwerpen van een boek teken ik heel veel. Allemaal met de hand, tot aan de lettertypes aan toe. Tekenen vertraagt, en het geeft ruimte om te dromen over een ontwerp.’’

 

Uleman werkte al aan de reeks tekeningen van hemzelf en zijn vriendin, toen bij haar een ziekte werd vastgesteld. ,,Alles werd daardoor op scherp gesteld. Als ik mijn vriendin teken en lang naar haar kijk, verwonder ik mij over haar. We zijn al 23 jaar samen, en toch kan ik nooit helemaal tot haar doordringen. Uiteindelijk zijn we allebei alleen. Dat vervreemdende voel ik ook als ik mijzelf teken. Dan vraag ik me ook af: wie is deze man? Wie ben ik?  Vanaf het moment dat zij ziek werd, werd die eenzaamheid sterker. Er ontstond een fundamentele scheiding tussen ons: zij moest de ziekte en het herstel ondergaan, ik stond er naast en kon niets doen.” De weerslag die de ziekte had op het leven van hem en zijn vriendin werd onderdeel van de tekeningen. Er kwam een medische behandeling met een masker, die hij ook tekende. Hun wereld werd kleiner, ze werden op elkaar teruggeworpen. Hij bleef kijken, op goede en kwade dagen, en hij bleef tekenen: liefdevol, onderzoekend, aandachtig, eerlijk. In de naar binnen gekeerde blikken en de bijna doorschijnende weergave van huid is de invloed te zien van Lucian Freud (1922-2011), de Britse kunstenaar die hij bewondert.

Van nature heeft Uleman een voorkeur voor het tekenen van mensen die slapen en baden. ,,Toen ik op de academie zat kwamen er wel eens vrienden logeren. Dan wachtte ik ’s avonds tot ze sliepen, en dan ging ik ze tekenen.” Op veel tekeningen in de expositie zie je gesloten ogen, natte haren, water dat langs een gezicht druipt. Gaandeweg werd hem de symbolische betekenis duidelijk. ,,Baden is verbonden met de geboorte, en met reinigingsrituelen. Het slapen ligt dicht bij de dood. Het zijn momenten waarop we het meest kwetsbaar zijn, en ervaringen die we als mensen allemaal met elkaar delen.” De titel van de expositie, Quarantaine, verwijst naar de wereld van sanatoria, wellness centra en ziekenhuizen. ,,Tijdens de ziekte van mijn vriendin moest ik denken aan De Toverberg, dat boek van Thomas Mann. De personages in dat boek herstellen van een ziekte, en nemen baden voor hun gezondheid. Ze leven eigenlijk buiten de gewone werkelijkheid, en buiten de tijd ook. Ze zitten ‘in quarantaine’, in afwachting van de terugkeer naar het normale leven. Dat gevoel, die ervaring, zit ook in mijn tekeningen.”

Juist door dat universele, de eenzaamheid, de liefde, het leven in het gebied tussen geboorte en sterven, stijgt de serie portretten boven het persoonlijke uit. Uleman: ,,Wij zijn het wel, maar we zijn het ook niet. Ik kies heel scherp wat ik wel en niet laat zien, en ik zie het daarom als fictie. Je kan het vergelijken met hoe sommige schrijvers te werk gaan, zoals Karl Ove Knausgard, of Murat Isik: wat ze schrijven ligt heel dicht aan tegen hun eigen leven, maar het is geconstrueerd, het is fictie geworden. Er is ruimte voor de kijker om zich bij het zien van de portretten af te vragen wat er in hen omgaat. Wat er aan de hand is. De realiteit is het vertrekpunt, maar niet het eindpunt.”

Dit artikel werd gepubliceerd in BN/De Stem, 6 september 2018

© 2018 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com