A balancing act

Suzanne ziet onvermoede schoonheid in verpakkingsmateriaal. De blokken piepschuim waarin een nieuwe televisie zit ingepakt in de doos worden een hoofdtooi, de lappen van doorschijnend schuim worden een molensteenkraag, afgezet met gouddraad. Een oude zwarte yogamat wordt een harnas. Rozenbottels transformeren tot de kralen van een rozenkrans, het dekseltje met clip van een blik tomatenpuree tot een kostbare ring. Als Suzanne in 2007 de artistieke mogelijkheden heeft ontdekt van het verpakkingsmateriaal, komt haar werk in een stroomversnelling. In de serie Mind over Matter komt alles samen wat betekenisvol voor haar is: de verstilde portretten van oude meesters als Hans Holbein en Jan van Eyk, die haar als kind al aantrokken, de liefde voor handwerken die ze van haar oma meekreeg, de ambachtelijke traagheid van het maakproces. Er zit een welkome dubbelzinnigheid in dat verpakkingsmateriaal: het is waardeloos wegwerpmateriaal, maar doet zich nu voor als kostbare verfijnde stof. Bedoeld om te beschermen is het zelf uiterst kwetsbaar. Het wit van de kragen en hoofdkappen steekt in haar foto’s helder af tegen een donkere achtergrond. Dit contrast tussen licht en donker is voor haar geladen met betekenis. Juist in het donker schijnt het licht helder; door de ervaring van pijn en verdriet voel je de vreugde sterker. (...)

De beelden die ze maakt zijn geen portretten in de klassieke zin, die iets vertellen over de maatschappelijke positie of het karakter van de geportretteerde. De mensen die ze vraagt te poseren zijn vaak familieleden, vriendinnen, vrienden van vrienden, of hun kinderen. Vaak zijn het jonge mensen, zelden zijn ze ouder dan Suzanne zelf, en vaak kent ze hen slechts oppervlakkig. Ze vraagt hen te poseren omdat ze een bepaalde uitstraling hebben. Een bepaalde aanwezigheid die iets zichtbaar maakt van de staat van zijn die ze wil uitdrukken. Om beter te begrijpen wie ze zelf is en wat er in haar omgaat, heeft ze die anderen nodig. Door naar de ander te kijken, met haar te praten, haar te kleden, te positioneren voor de camera, attributen te geven en te fotograferen, krijgt ze een dieper inzicht in zichzelf. Uiteindelijk zou je de portretten daarom kunnen zien als indirecte zelfportretten. Wat de ander haar toevertrouwt vindt soms ook een weg in het beeld: persoonlijke verhalen over moederliefde, echtscheiding, rouw en moed hebben invloed op de keuzes die Suzanne maakt voor houding en attributen. Een jongen krijgt een zwaard om hem door de moeilijke tijd heen te helpen die hij thuis doormaakt (Prins Jona), een jonge vrouw stapt met een voet over een drempel, klaar om een moedige stap te nemen in haar leven (Confronting Love).

Het fotograferen is voor een groot deel een technische en praktische aangelegenheid: ieder detail van het gezicht, de kleding en de achtergrond moet scherp en vanuit de juiste hoek en met de goede belichting vastgelegd worden. Maar de aandacht van Suzanne ligt tijdens de fotosessie in de eerste plaats bij de persoon die daar, op dat moment, aanwezig is. Als het model haar volledig vertrouwt en zich aan haar kan overgeven, treedt er ontspanning op, en komt die typische ingekeerde, kalme uitdrukking aan de oppervlakte. Die verhoogde concentratie, dat magische moment kan ze niet afdwingen – het is telkens weer een cadeau. (...)

De tijd lijkt te vertragen in het werk van Suzanne, als een bevriezende rivier. Beelden die eeuwen geleden gemaakt werden door Hans Holbein, Jan van Eyk, Piero della Francesca en Albrecht Dürer, komen weer aan de oppervlakte in onze tijd. De technieken die ze voor die wederopstanding gebruikt zijn, paradoxaal genoeg, digitaal en hypermodern: camera, beeldbewerkingssoftware en druktechnieken zijn het nieuwste van het nieuwste.

Het maakproces is lang, zowel vóór als na de fotosessie. In de aanloop er naartoe kiest ze zorgvuldig haar materialen en attributen, en besteedt vaak uren handwerk aan het maken van de kleding. Na de fotosessie volgt een lange periode van beeldbewerking: als een schilder bouwt ze het uiteindelijke beeld op, uit vele details, laag over laag, en past kleuren, schaduwen en contrasten net zo lang aan tot alles klopt. Met dit minutieuze monnikenwerk neemt ze de tijd om, stukje bij beetje, duidelijk te krijgen welk verhaal ze eigenlijk wil vertellen. Vaak ziet ze dat pas scherp als het bijna klaar is, en pas dan kan ze het werk ook een titel geven.

Het scharnierpunt tussen die twee trage processen van voorbereiding en nabewerking is de ene dag waarop het model in de studio is. En dan vooral het ene moment er een diepe connectie ontstaat tussen het model en de fotograaf. Dan is er die rust, die blik, die aanwezigheid.

Die twee tegengestelde krachten, het tijdloze en het vluchtige, komen samen in ieder portret. De bloemen en zaden waarmee de modellen vaak worden verfraaid hebben die dubbelheid ook: in de natuur is de cyclus van groei, bloei, sterven en ontkiemen zonder begin of einde, en daarmee tijdloos. Maar binnen die eeuwige cyclus is het moment waarop een bloemknop zich opent een kort, opvlammend moment.  

De veelheid aan contrasten geeft het werk van Suzanne een krachtige lading. Het tijdloze contrasteert met het moment, licht kan niet bestaan zonder donker, levenservaring staat tegenover de kinderlijke onschuld. Zwaarmoedigheid vraagt om een subtiele grap die lucht geeft. Goddelijke inspiratie ontspringt aan de aardse, alledaagse wereld die ons omringt. Wie geconfronteerd wordt met de dood waardeert het wonder van het leven des te meer. (...)

‚Äč

Fragmenten uit de tekst 'A Balancing Act' , in een Engelse vertaling gepubliceerd in het boek 'Suzanne Jongmans - Moving through contrast', uitgeverij Lannoo, 2019

© 2020 Anneke van Wolfswinkel. Gebouwd met Wix.com